In 1948 verklaarde de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) ‘Gezondheid is niet alleen de afwezigheid van ziekte of gebrek, maar is ook een situatie van volledig fysiek, psychisch en sociaal welbevinden’. Pas vanaf 2014 is de klinisch psycholoog als autonoom gezondheidszorgberoep binnen het KB 78 erkend en zijn de voorschriften inzake de plichtenleer van de psycholoog bij wet vastgelegd. Vandaag bieden er een 40-tal klinisch psychologen op de 3 campussen van het AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV hun zorg aan patiënten aan, verwezen door een 60-tal specialismen of nadat ze op eigen initiatief contact opnamen. De groep patiënten die de ziekenhuispsychologen behandelen, is heel divers. Zij begeleiden bijvoorbeeld mensen in het omgaan met een chronische ziekte, zij helpen kinderen met angstklachten of zij maken deel uit van een ‘pijnkliniek’, van een diagnostisch referentiecentrum of van een afdeling psychiatrie. Psychologen werken zowel autonoom als in het kader van zorgprogramma’s, in multidisciplinaire samenwerkingen.

CORE BUSINESS

Ziekenhuispsychologen hebben zich gespecialiseerd in het onderzoeken van de samenhang tussen psychische klachten en ziek zijn. De medische psychologie houdt zich namelijk ook bezig met psychologische factoren die een rol spelen bij het ontstaan en het instandhouden van ziekte en ziektegedrag, de genezing daarvan bevorderen of in de weg staan. Ziekenhuispsychologen behandelen dus niet alleen patiënten met afwijkend ziektegedrag, maar brengen ook in kaart wat normaal ziektegedrag inhoudt.
De achterliggende gedachte is dat inzicht in en begeleiding bij psychologische aspecten van ziek zijn een niet weg te denken onderdeel vormen van het behandelingsproces. Daardoor maken zij deel uit van zowel de mentale als de somatische gezondheidszorg.

DIENSTVERLENING

Klinisch psychologen in een algemeen ziekenhuis richten zich op diagnostiek, therapie en begeleiding van mensen met psychische problemen, maar de problematiek is altijd gerelateerd aan ziekte (lichamelijk of psychiatrisch) of ziektegedrag. Het aanbod is er voor kinderen, jongeren, volwassenen en ouderen tijdens een opname of tijdens ambulante contacten. De psycholoog beoogt enerzijds een continuïteit voor de patiënt (dezelfde psycholoog doorheen het zorgtraject van de patiënt) en anderzijds een doorgedreven specialisatie op vlak van diagnose, advisering en begeleiding. Hij bezit daarom zowel algemene psychologische kennis als specialistische kennis over medisch en psychiatrisch gerelateerde psychologie en invloed van ziekte op gedrag, gevoel en denken.

Psychodiagnostiek is het in kaart brengen van mentale gezondheid of ziekte, persoonlijkheidskenmerken, gedragsaspecten, affectief, relationeel en cognitief functioneren aan de hand van gesprekken, vragenlijsten, observaties en testing. Daarna wordt een advies geformuleerd voor eventuele therapie of begeleiding. Soms is psychodiagnostiek de belangrijkste pijler in het diagnosticeren van een medische aandoening, bijvoorbeeld geheugenonderzoek bij beginnende dementie.

Therapie of begeleiding wil via gesprek ondersteuning bieden ten aanzien van de beleving en de omgang met ziekte of de psychische problematiek. Men beoogt herstel van het emotioneel evenwicht en de bevordering van inzicht en verandering van gedragsaspecten, denkprocessen, het gevoelsleven en de persoonlijkheidsfactoren.

Psycho-educatie is een vorm van informatieverlening of voorlichting die de patiënt (en zijn omgeving) inzicht geeft in aspecten van zijn problematiek. Counseling is een begeleidende en raadgevende vorm van hulpverlening, die vooral plaatsvindt rond chronische aandoeningen, beslissingsmomenten, belangrijke medische ingrepen, ...

Heeft niet ieder mens het recht om begrepen te worden? -Nietzsche-

DE MENS ACHTER DE PATHOLOGIE         

Psychologische zorg richt zich op de subjectieve belevingskant van het ziek zijn, terwijl de overheersende cultuur in een ziekenhuis (uiteraard) het bevorderen van ‘objectieve’ gezondheid is. Door dit onderscheid hebben de psychologen een geheel eigen aandeel in de medische zorg. Het streven is uiteraard niet om een medische behandeling te vervangen, maar wel om er als psychologen een noodzakelijk deel aan toe te voegen. Dat betekent dat je als psycholoog goed op de hoogte moet zijn van de medische aspecten van het ziek zijn maar prioritair in voeling moet blijven met de nieuwe inzichten in de psychologische wetenschap. Tenslotte tracht je achter de ziekte, de mens met zijn complexe dynamieken te begrijpen. Psychologen blijven de bewakers van de zeer diverse betekenissen die patiënten geven aan ziekte, handicap of dood vanuit hun persoonlijke geschiedenis en situatie. Aldus gaan ze verder dan enkel de bespreking van emoties, ervaringen en gedragsaspecten behorende bij ziekte.

AUTONOMIE VERSUS INTEGRATIE

Ingebed in een medisch kader komt de psychologische zorg in het ziekenhuis het best tot zijn recht vanuit een autonome dienst waarin de kennis inzake de psychologische wetenschap met mekaar gedeeld, de kwaliteit van de zorg bewaakt en optimaal ten dienste van de patiënt gesteld wordt. Een autonome positie is echter relatief. Wetenschappelijke disciplines kunnen nooit volledig autonoom worden.
Disciplines moeten afscheiden en verbinden; ze moeten zowel autonomie als samenwerking bewerkstelligen. Psychologen in ziekenhuizen moeten enerzijds aansluiting vinden en anderzijds afbakenen wat zij tot hun deskundigheidsgebied rekenen. Niet iedere mens heeft in zijn/haar ziekteproces de tussenkomst van een psycholoog nodig. Ook daar moet de psycholoog bespreken wanneer en waarvoor hij ingeschakeld kan worden.

MENSELIJKE TIJD IS EEN LANGZAME TIJD         

Zieke mensen verliezen (al dan niet tijdelijk) grotendeels hun autonomie en onafhankelijkheid. Psychologen zijn er niet alleen om mensen te leren dit verlies te accepteren, maar om te wijzen op dat deel van hun zelfredzaamheid dat zij nog kunnen gebruiken. Zij geven patiënten bijvoorbeeld inzicht in coping-gedrag en leren hoe zij stress kunnen vermijden. Echter gedrag, coping-stijlen en persoonlijkheidsaspecten, worden slechts moeizaam herkend als onaangepast of destructief en laten zich soms pas in een langdurig psychotherapeutisch proces bijsturen of veranderen. Daarom is psychodiagnostisch en psychotherapeutisch werk reflectief, arbeidsintensief en ‘vreemder’ in een acute omgeving waar snel handelen aan de orde is. Het hoort dan ook tot de opdracht van de psychologen in het ziekenhuis hun kennis, wetenschap en ambacht toe te lichten aan de andere zorgpartners zodat ze begrepen kunnen worden in hun andere, aparte kijk.