De dienst neonatologie binnen ons ziekenhuis kent een hoge activiteit dankzij een goede samenwerking met alle gynaecologen en kinderartsen in West-Vlaanderen (in de provincie zijn er 12.000 bevallingen per jaar). Efficiënte communicatie, een correct verwijsbeleid en een innovatieve referentiezorg zijn de basisingrediënten voor ons perinataal beleid.

De dienst neonatologie op de campus Sint-Jan is een gespecialiseerde intensieve zorgeneenheid, die instaat voor de zorg aan zieke pasgeborenen (sepsis, zuurstoftekort, …), te vroeg geborenen (prematuren) en pasgeborenen met ernstige aangeboren afwijkingen (hernia diafragmatica, tracheo-oesofagale fistel, buikwanddefecten, …). Eens die kinderen stabiel of genezen zijn, gaan ze terug naar het oorspronkelijk verwijzend centrum, zodat de kinderarts daar de zuigeling leert kennen, en de ouders hun pasgeboren kindje dichter bij huis hebben.

Een aantal kinderen moet echter nauwlettend opgevolgd worden na het verblijf op onze intensieve neonatale zorgen afdeling, in het bijzonder wat betreft hun psychomotorische ontwikkeling. Het opvolgen van de evolutie van motoriek, mentale vaardigheden en gedrag gebeurt door een multidisciplinair team.
In mei 2010 werd daarom gestart met ‘opvolgings- of follow-up raadplegingen’ op de campus Sint-Jan van het AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV. Dit verloopt via een samenwerkingsverband tussen het Centrum voor Ontwikkelings-Stoornissen (COS) Gent en onze dienst NIC. Wekelijks is er follow-up raadpleging in Brugge: elke donderdag is er plaats voor 8 à 10 patiëntjes en hun ouders, dit voor een multidisciplinair onderzoek en adviesgesprek.
Het multidisciplinair team bestaat uit psychologen, kinesitherapeuten, artsen en een vaste administratief medewerkster. Dr. Ann Oostra is kinderneuroloog in het UZ Gent en COS Gent en toegelaten arts in het AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV. Dr. Alexandra Casaer, kinderarts-neonatoloog, is staflid neonatologie in het AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV.

In 2010, bij de start van de neonatale follow-up in verschillende Vlaamse COS-centra, kwamen volgende kinderen hiervoor in aanmerking: enerzijds prematuren met een geboortegewicht van minder dan 1.250 gr en/of een postmenstruele leeftijd (bij geboorte voor 30 weken) en anderzijds kinderen met risico op een ontwikkelingsstoornis, zoals

  • patiënten met hersenletsels op neonatale beeldvorming (echo of NMR)
  • patiënten die geboren worden met ernstig zuurstoftekort en die behandeld worden met hypothermie
  • patiënten met congenitale cytomegalievirus infectie (CMV), opgenomen in het “Vlaams register voor congenitale CMV-infecties”

Ondertussen is sinds 1 januari 2015 de prematurenconventie (een revalidatie-overeenkomst tussen het RIZIV en de verschillende follow-up teams) van toepassing en worden de prematuren opgevolgd volgens de criteria van deze conventie. Er komen nu nog meer prematuren in aanmerking voor opvolging, zoals was gestipuleerd in het Koninklijk Besluit van 7 april 2008 over de erkenning van de neonatologie-diensten: prematuren met een geboortegewicht van minder dan 1.500 gr en/of een postmenstruele leeftijd bij geboorte voor 32 weken.
De onderzoeksmomenten te Brugge worden ingepland op de gecorrigeerde leeftijd (voor prematuren) of de kalenderleeftijd (voor de andere kinderen) van 4 maanden, 10 maanden, soms 12 maanden, 18 maanden en daarna de kalenderleeftijd 2 jaar of 2,5 jaar. Daaropvolgend worden kinderen en hun ouders opnieuw uitgenodigd tussen de kalenderleeftijd van 4 en 5,5 jaar. Dit laatste multidisciplinair onderzoek omvat ook een logopedisch onderzoek, extra aandacht voor de psychomotoriek en eventuele gedragsstoornissen en loopt dan over verschillende dagen (dit kan op heden enkel georganiseerd worden te Gent).

Het opvolgen van de evolutie van motoriek, mentale vaardigheden en gedrag gebeurt door een multidisciplinair team.

De partners in de begeleiding van de psychomotorische ontwik- keling van de onderzochte kinderen zijn op de eerste plaats de ouders en/of de verzorgers. Daarnaast werken we samen met de kinderartsen en de huisarts van het gezin, alsook privé-therapeuten, in de eerste levensmaanden vooral kinesitherapeuten. Het verslag van het multidisciplinair onderzoek en de nabespreking wordt dan ook steeds in eerste instantie naar de ouders zelf verstuurd en enkel naar die artsen, therapeuten en begeleiders die de ouders opgeven.

Er is een goede samenwerking met de verschillende thuisbegeleidingsdiensten van de regio West-Vlaanderen: ’t Spoor (motorische beperking), Start West-Vlaanderen (verstandelijke beperking), Victor (autisme), Accent (visuele beperking), Perspectief (auditieve beperking) en Bas (gedrags- en/of emotionele stoornissen). Met de thuisbegeleidingsdienst van ’t Spoor is er een jaarlijks overleg om de werking op elkaar af te stemmen, inclusief patiëntenbesprekingen. Uit deze samenwerking groeide een nieuw begeleidingsproject, namelijk “Een andere start…” dat thuisbegeleiding mogelijk maakt voor elke zuigeling die met een ziekenhuisopname start en neonatale problemen heeft.

Naast het vroegtijdig diagnosticeren van problemen en het begeleiden en behandelen van het individuele kind en zijn gezin, is het opvolgen van de ontwikkeling van kinderen die verbleven op een neonatale intensieve zorgen afdeling een belangrijke vorm van kwaliteitscontrole van de zorgen op deze afdeling. Het blijft belangrijk dat perinatale gegevens en behandelingsstrategieën op een systematische manier worden verzameld en worden gekoppeld aan uitkomstgegevens van deze kinderen. Uitkomstgegevens kunnen op een geanonimiseerde manier gebruikt worden in wetenschappelijk-epidemiologisch onderzoek.