Culinaire programma’s zijn niet meer op twee handen te tellen en winkels verspreiden massaal aantrekkelijke geuren om klanten tot kopen te verleiden. Op medisch gebied is dit echter nog sterk onontgonnen terrein.

GROEIENDE MEDISCHE AANDACHT VOOR GEUR EN SMAAK          

Geur en smaak zijn totaal verschillende zintuigen. Twee derde van de patiënten die zich bij het centrum aanmeldt, klaagt over ‘geur- en smaakverlies’, maar minder dan 1% blijkt een solitair smaakprobleem te hebben.

Hoe ruiken we nu juist? Door het ruiken aan reukpartikels worden de reukzenuwvezels in de neus gestimuleerd. Deze maken contact met de bulbus olfactorius in de hersenen, het tussenstation tussen het reuksysteem aan de buitenkant van ons lichaam en de centrale verwerking ervan in de hersenen. Voorheen schreven we de waarneming van elke smaak toe aan een bepaalde locatie op de tong, maar sinds 2006 weten we dat alle smaken overal op de tong waargenomen worden. Er zijn er op dit ogenblik vijf gekend: zoet, zout, zuur en bitter en umami, dat recent als smaak erkend werd en vooral in Azië gekend is. De rest van de sensaties die met eten of drinken gepaard gaan, spelen zich af in de neus. Het reukepitheel kan niet alleen gestimuleerd worden door het opsnuiven van een reukpartikel via de neus maar ook door aroma’s die via de achterkant van de mond naar de neus opstijgen, de zogenaamde retro-olfactie.

De discipline is in volle ontwikkeling en het geur- en smaakcentrum van het AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV wil dit verder mee ontwikkelen.

SNIFFIN’ STICKS EN TASTE STRIPS          

De impact van geur- en smaakstoornissen op de levenskwaliteit valt niet te onderschatten. Van lekker eten of een parfum kunnen genieten is belangrijk en we stellen vast dat een verlies van het geurvermogen gepaard gaat met een toenemende neiging tot depressie, die opnieuw daalt bij herstel. Het geurvermogen vervult ook een waarschuwingsfunctie. Bedorven voedsel herkennen en tijdig gas- of brandgeur opmerken is van levensbelang. Vermindering of verlies van geur- of smaakvermogen kan verschillende oorzaken hebben: aantasting door een virus, chronische sinusitis of neuspoliepen, beschadiging van een van de onderdelen van het reuksysteem of medicatie. Het kan ook aangeboren zijn of psychiatrische oorzaken hebben. Er bestaan ook reukstoornissen zoals geuren anders waarnemen, geurhallucinaties en voortdurend een slechte geur ruiken, vaak na een ongeval. De praktijk leert dat ons geurvermogen afneemt met de leeftijd. Maar liefst 25% van de bevolking boven de 50 jaar heeft een geurstoornis. Tot 5% van de bevolking heeft een anosmie, of afwezige geurzin. Met recent ontwikkelde technieken kunnen we geur en smaak opmeten. Hiervoor gebruiken we viltstiften die van een bepaalde geur doordrongen zijn, Sniffin’ Sticks. We vragen de patiënt om geblinddoekt bepaalde geuren apart te herkennen en te benoemen of ze tussen verschillende geuren uit te halen. Voor smaaktesten gebruiken we o.a. filterpapiertjes, taste strips, gedrenkt in verschillende concentraties van één smaak, maar moeten de mensen ook zelf proeven. De bulbus olfactorius kan zich net als het reukweefsel en de smaakpapillen herstellen, vandaar dat we uit het radiologisch opmeten van het volume ervan ook kunnen opmaken of de symptomen te maken hebben met een beschadiging of zelfs afwezigheid van de bulbus olfactorius. Ook functionele beeldvorming zou ons kunnen helpen in de diagnose en therapie van geur- en smaakstoornissen. In sommige gevallen worden de patiënten verwezen naar prof. Rombaux in Brussel  voor bijkomende testen met de olfactometer. Een toestel dat zeer precies geuren kan aanbrengen in de neus, met een bepaalde concentratie over een bepaalde tijdsduur. In België is er maar één zo’n toestel beschikbaar, gezien de hoge kostprijs ervan.

RAADPLEGINGEN                         

Het geur- en smaakcentrum van het AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV campus Sint-Jan reserveert maandelijks enkele dagen voor patiënten met specifieke geur- en smaakstoornissen. Niet iedereen met een aanslepende verkoudheid komt hiervoor in aanmerking; de onderzoeken zijn tijdrovend en vooralsnog niet erkend door het RIZIV, dus grotendeels ten laste van de patiënt. Er zijn nog maar weinig behandelingen voorhanden, maar de discipline is in volle ontwikkeling en het centrum wil ze verder mee ontplooien. Een eventueel therapeutisch effect van geurtraining, een behandeling die erop gericht is om de bulbus olfactorius en reukzenuwcellen te herstellen, laat zich doorgaans binnen het jaar zien.