De uitdagingen waarvoor het ziekenhuis staat, zijn talrijk. Zoals in het voorwoord vermeld, is er een toenemende financiële druk vanuit de overheid. De besparingen in de zorgsector en meer specifiek in de gezondheidszorg gaan onverminderd verder. Om onze rol als tertiair referentiecentrum te behouden en verder uit te bouwen, zijn er in de eerste plaats mensen maar ook middelen nodig. Wanneer deze laatste steeds verder onder druk komen, wordt de uitdaging des te groter. Een ziekenhuis als het onze met een tertiair aanbod dient de mogelijkheid te hebben om geavanceerde (dikwijls ook dure) behandelingsmethodes en -technieken aan te bieden. Dit vergt niet alleen de nodige bijkomende investeringen maar ook voldoende expertise.

Expertise verwerf je door hooggekwalificeerde artsen en andere medewerkers aan te trekken die de kans krijgen om zich verder in hun expertdomein te ontwikkelen. Dit betekent ook de nodige omzet en aanbod. Ik wil er blijven voor pleiten dat ook in onze regio de mogelijkheid geboden wordt om meer zeldzame aandoeningen of geavanceerde behandelingsmethoden te blijven aanbieden. De nodige expertise is op vele gebieden in ons ziekenhuis – samen met onze partnerziekenhuizen – zeker aanwezig. Een regelgeving die dit wil beperken en verder concentreren enkel in universitaire centra, is een bedreiging. De patiënt heeft recht op een kwaliteitsvolle zorg in de eigen regio, ook wanneer het over minder courante pathologie gaat. Dit alles uiteraard op voorwaarde dat die zorg kwaliteitsvol, efficiënt en effectief kan aangeboden worden. Dit afbouwen of onmogelijk maken, is een verarming van het zorgaanbod voor de regio. Het AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV staat voor een uitgebreide en respectvolle samenwerking met andere regionale ziekenhuizen. Een verdere uitbouw van ons zorgnetwerk staat dan ook hoog op de agenda.

Ons ziekenhuis kan enkel zijn rol blijven waarmaken als we verder investeren. Er zullen opnieuw moeilijke keuzes moeten gemaakt worden en prioriteiten bepaald. Er blijft de hoge nood om onze infrastructuur te renoveren. In de eerste plaats daar waar de patiënt rechtstreeks mee geconfronteerd wordt, zoals de verpleegafdelingen en de poliklinieken. Dit is een meerjarenplan waaraan verder gewerkt wordt. De nodige middelen hiervoor vrijmaken, blijft hoofdzaak. Ook de verdere uitbouw van geavanceerde onderzoeks- en behandelingsmethoden is een prioriteit. Het accent ligt op de zorg aan onze patiënt. Maar een ziekenhuis draait om meer dan gebouwen, apparatuur en infrastructuur. De belangrijkste intrinsieke waarde van een ziekenhuis is de kwaliteit van artsen en medewerkers. Kwaliteitsvolle gemotiveerde artsen en medewerkers aantrekken en behouden is een van de grootste uitdagingen naar de toekomst toe. Naar mijn mening kiest een patiënt enerzijds op basis van kwaliteit en expertise van de arts en anderzijds op basis van de kwaliteit van zorg in zijn geheel. Dit moet de inzet van ons ziekenhuisbeleid zijn: expertise van artsen en medewerkers garanderen, uitbouwen en faciliteren. Vandaag dient kwaliteit van zorg gedocumenteerd en bewezen te worden. Ons ziekenhuis neemt deel aan talrijke kwaliteitsprogramma’s en een accrediteringstraject. Deze systemen zijn waardevol maar kennen ook hun beperkingen. Dit laatste mag – net zomin als aandacht voor kwaliteit – niet genegeerd worden. De zorg voor de patiënt moet centraal staan, de zorg voor het document blijft hieraan ondergeschikt. Maar de patiënt verwacht ook meer dan dat. Een patiënt moet zich correct bejegend en omringd voelen. Vriendelijkheid, betrokkenheid en zorgzaamheid zijn daarom minstens even noodzakelijke vereisten waaraan een ziekenhuis moet voldoen. Ik ben ervan overtuigd dat al onze artsen en medewerkers onze patiënt de beste zorg aanbieden, in de beste omstandigheden en met de beste bejegening en omkadering.

Laat ons hopen dat de overheid de nodige middelen ter beschikking blijft stellen om onze belangrijke zorgtaak naar behoren te kunnen blijven uitvoeren.