Gedreven vroedvrouwen die professionaliteit hoog in het vaandel dragen, staan klaar om aanstaande moeders te begeleiden tijdens de zwangerschap en bevalling. Na de bevalling omringen ze moeder en kind met de nodige zorgen en wetenschappelijk onderbouwde informatie en educatie.

Deskundige ondersteuning in de prenatale fase

INFORMATIE TIJDENS ZWANGERSCHAP

Omdat zwangerschap en bevallen uniek zijn en het ouderschap een uitdaging is, zorgt het vroedkundig team op beide campussen voor een optimale deskundige begeleiding.

Op campus Sint-Jan worden vier verschillende topics of infoavonden tweemaandelijks georganiseerd.

Voor Topic 1, 2 en 3 is er vrije toegang terwijl voor topic 4 vooraf inschrijven vereist is.

Topic 1 kan bijgewoond worden vanaf 12 weken zwangerschap en omvat 3 thema’s. Als eerste is de gynaecoloog aan het woord die het voornamelijk heeft over prenatale diagnostiek, de inhoud van prenatale counseling en pijlers als basis voor een gezonde zwangere. Vervolgens heeft de sociaal werker het over de wetgeving rond het moederschap, premies, ouderschapsverlof, geboorteaangifte, … De medewerker van kraamzorg sluit af met de hulpmogelijkheden in de thuissituatieen tips voor een goede start.

Topic 2 wordt aangeraden vanaf 20 weken zwangerschap. Hierin wordt de dienstverlening van Kind & Gezin voorgesteld. Een verpleegkundige van Kind & Gezin geeft ondersteunende info eens met de baby thuis. Thema’s zoals groeien naar structuur en ritme, veilig slapen, de baby- en peuteruitzet en huilbaby’s worden besproken.

Topic 3 wordt aangeraden vanaf 20 à 24 weken zwangerschap. De zwangere wordt door de vroedvrouw ingelicht over het verblijf in de kraamafdeling, de bewuste keuze voor borst- of flesvoeding alsook situaties waarin niet alles verloopt als verwacht bv. keizersnede, premature bevalling, meerling, … krijgen hier de aandacht.

In Topic 4 wordt de arbeid en bevalling van dichtbij bekeken. De zwangere maakt er kennis met de natuurlijke pijnbestrijdingsmiddelen zoals relaxatie met bal, bad en aromatherapie tot de epidurale pijnbestrijding. Deze topic wordt afgesloten met een rondleiding in het gloednieuwe verloskwartier.

Naast de topic infoavonden staat de vroedvrouw/ lactatiekundige ook in voor de maandelijkse borstvoedingslessen. Hierin wordt voorbereidende en praktische info gegeven rond borstvoeding.

Het vroedkundig team zorgt voor een optimale deskundige begeleiding.

Op campus Henri Serruys zijn er eveneens infoavonden in samenwerking met Kind & Gezin. Daarnaast heeft de zwangere ook de mogelijkheid een afspraak te maken voor twee infoavonden in kleine groep bij een vroedvrouw. Elke zwangere wordt gedurende de zwangerschap uitgenodigd om twee consultaties bij te wonen bij een vroedvrouw of lactatiekundige. Het consult bij de lactatiekundige gaat door rond de 24ste zwangerschapsweek. Hier wordt het moeder- en babyvriendelijk beleid toegelicht, informatie gegeven over de voedingskeuze voor de baby, een grondige anamnese ingevuld en vragen van het koppel beantwoord. Het tweede consult bij een vroedvrouw vindt plaats rond 34-35 weken. Hier wordt informatie gegeven over arbeid en bevalling en de nodige stalen afgenomen in het kader van optimale ziekteinfectiebeheersing. Ook op campus Brugge kan men momenteel terecht voor een professionele raadpleging bij de vroedvrouw. Deze zal in de loop van 2016 nog verder uitgebouwd worden mede in functie van de verkorte ligduur zodoende de zwangere een nog betere voorbereiding en ondersteuning te bieden.

ALS OEFENING KUNST BAART…

Op de MIC (Maternele Intensive Care) staan vroedvrouwen staan vroedvrouwen klaar die jarenlange ervaring hebben met zwangerschappen met een verhoogd risico. Om hun professionele deskundigheid en klinische reflexen op peil te houden en te verhogen organiseren ze twee keer per jaar simulatietrainingen. Voor de MIC worden er specifieke MIC-casussen gebruikt op de simulatie. Deze casussen zijn anders dan op het verloskwartier of op materniteit. Simulatietraining is gericht op het leerproces voor de professionelen. Dit leren gebeurt in een veilige gesimuleerde praktijkomgeving zonder echte patiënten. De coach kan bijsturen en nieuwe technieken en inzichten aanreiken, die vervolgens in de praktijk kunnen worden omgezet. Het is van groot belang dat ieder teamlid de ernst van de simulatie ter harte neemt, er professioneel mee omgaat en vervolgens de inzichten en bijhorende interventies integreert. Op die manier kunnen we in de dagdagelijkse patiëntenzorg risico’s op vlak van patiëntveiligheid maximaal reduceren.

In de verloskamer, op de materniteit en op de MIC staan rond het kraambed een team van artsen en vroedkundigen klaar om moeder en kind de beste zorgen te kunnen verstrekken. Met de simulatietrainingen is het van belang dat de multidisciplinaire aanpak correct wordt uitgevoerd. Artsen en vroedkundigen zorgen ervoor dat de patiëntenzorg en kwaliteit continu geëvalueerd en bijgestuurd kunnen worden.

In december werd in Brugge het jaarlijks P * symposium georganiseerd. De jarenlange expertise van de simulatietrainingen werkten inspirerend voor andere Vlaamse materniteiten. Want niets gaat vanzelf, teams moeten buiten de grenzen van hun veilige werkvloer elkaar stimuleren om patiëntenzorg naar een hoger niveau te tillen. Een bredere kennis wordt samen met artsen en vroedvrouwen bereikt door kwalitatieve thema’s aan te bieden en werkelijk elkaar klaar te stomen, voor de momenten waar het er echt toe doet! Want oefening baart niet enkel kunst…

HOGE PROFESSIONALITEIT BIJ PERINATALE ZORG: STAN® MONITORING

Tijdens arbeid en bevalling is de opvolging van het foetaal welzijn van cruciaal belang voor het bewerkstelligen van een goede outcome bij de geboorte. Hiervoor maakt men sinds 2003 gebruik van de STAN (ST-analyse) monitor, een hoogtechnologisch toestel afkomstig uit Zweden. Na het UZA was het AZ Sint-Jan Brugge het eerste ziekenhuis in Vlaanderen dat werkte met deze innovatie. De STAN-monitor analyseert het ST-interval van het foetale elektrocardiogram. Veranderingen in het ECG van de baby kan wijzen op een eerste foetale re ctie tegen zuurstoftekort. Het toestel is dus bedoeld om een dreigend zuurstoftekort sneller op te sporen en wordt voornamelijk gebruikt bij risicobevallingen. Het grote voordeel hierbij is dat er veel nauwkeuriger kan worden bepaald wanneer er moet worden ingegrepen of wanneer nog kan worden afgewacht. De interpretatie en classificatie van het CTG-patroon is hierbij van essentieel belang. Om een exacte CTG-analyse te maken, is het nodig dat de terminologie door iedereen bekend en correct gebruik wordt.

Sinds het vernieuwd verloskwartier beschikken alle 6 arbeids- en verloskamers over een dergelijk toestel dat in staat is om via een inwendige registratie van de hartfrequentie de fysiologie van het foetale ECG te analyseren. De STAN-monitoring wordt gebruikt bij ca. 30% van alle verlossingen. Het gebruik van de STAN vereist bij alle artsen en vroedvrouwen een specifieke opleiding en certificaat dat men kan behalen na het afleggen van een examen. Het STAN-certificaat behalen is een vereiste voor iedere nieuwe medewerker op het verloskwartier, vroedvrouw of arts. Op regelmatige basis worden complexe casussen multidisciplinair besproken. Reeds tweemaal werd er een STANsymposium georganiseerd waar andere externe ziekenhuizen uit Vlaanderen aan deelnamen.

DE SPECIFICITEIT VAN CAMPUS SERRUYS

Op de campus in Oostende staat het moeder- en kindvriendelijk beleid centraal. Er wordt naar gestreefd de zwangere vrouw maximaal de kans te geven op een natuurlijke manier te bevallen. Binnen de unieke infrastructuur kunnen de moeders in alle vrijheid en rust, op eigen krachten en in veilige omstandigheden hun baby zacht ter wereld brengen. Beweging wordt gestimuleerd en de houding tijdens arbeid wordt door de vrouw zelf gekozen tenzij er een medische tegenindicatie is. Door de fysiologie zoveel mogelijk na te streven worden invasieve technieken vermeden. Het hanteren van dit beleid heeft naast de voordelen op het verloop van arbeid en bevalling ook zijn voordelen in het postpartum. Het bevordert de moeder-kindbinding, de borstvoeding, het herstel na de bevalling, …

De aanwezigheid van een ruim relaxatiebad en twee bevallingsbaden biedt de moeder de mogelijkheid om tijdens arbeid en bevalling de positieve invloed van water te benutten. Dit uniek gegeven brengt vaak ook mensen van ver buiten Oostende naar ons ziekenhuis. Naast het gebruik van water worden nog andere relaxatiemethoden aangeboden. Dit alles helpt de zwangere vrouw doorheen het geboorteproces zonder nood aan medicamenteuze pijnstilling.

AANDACHT VOOR HECHTING MOEDER EN KIND VANAF HET EERSTE UUR

‘Skin to skin’ omvat een natuurlijk proces waarbij de pasgeborene naakt op de blote huid van de moeder wordt gelegd. Het wordt aanzien als de beste start van een innige band tussen ouder en kind. Het concept wordt bovendien ruim toegepast, zelfs bij tweelingen is het mogelijk. In sommige situaties is huid op huid contact bij de moeder niet mogelijk en wordt de partner gevraagd om te ‘kangoeroeën’ met de pasgeborene.

Het concept ‘skin to skin’ is reeds goed ingeburgerd bij een vaginale bevalling. Binnen ons ziekenhuis wordt er naar gestreefd om dit ook toe te passen bij een (geplande) sectio, wat niet vanzelfsprekend is.

Het toepassen van ‘skin to skin’ binnen het eerste uur heeft veel voordelen voor zowel moeder als kind. Baby’s die huid op huid contact ervaren, tonen minder tekenen van stress. De glycemiewaarde, hartslag en ademhaling zijn stabieler en ze kunnen beter hun temperatuur in stand houden. Hiernaast heeft het toepassen een pijnstillende werking en de kolonisatie door dezelfde bacteriën van de moeder kan van belang zijn ter preventie van allergieën.

Huid op huid contact bevordert de borstvoeding op zowel korte als langere termijn en het bevordert de hechting tussen ouder en kind. Deze hechting is van groot belang voor de sociale en emotionele ontwikkeling van het kind. De positieve effecten van ‘skin to skin’ zijn overduidelijk waardoor de WHO (World Health Organization) aanbeveelt dit na te streven bij elke pasgeborene, ongeacht het geboortegewicht, de zwangerschapsduur en de wijze van geboorte.

WERKGROEP BORSTVOEDING

Sinds 2013 werd de werkgroep borstvoeding opgestart. Vanuit de materniteiten van beide campussen, het verloskwartier, de diensten NICU (Neonatale Intensive Care Unit) en MIC werden lactatiekundigen of borstvoedingsverantwoordelijken afgevaardigd. Driemaal per jaar houden deze afgevaardigden een overleg met de bedoeling het borstvoedingsbeleid van het ziekenhuis op elkaar af te stemmen en te organiseren.

In 2014 en 2015 werden er specifieke casussen geanalyseerd en werd er eveneens een overzicht gemaakt van de beschikbare wetenschappelijke literatuur inzake het gebruik van producten voor anesthesie en hun impact op de lactatie. Daarnaast was er de realisatie van twee nieuwe ziekenhuisbrochures: in alle betrokken diensten op beide campussen werden de folders ‘huur kolftoestellen’ en het ‘afkolfdagboek’ in gebruik genomen. Ons afkolfdagboek kreeg van Dr. Morton van Stanford University Hospital op het borstvoedingssymposium alle lof. Ondertussen prijst deze arts onze brochure op haar lezingen wereldwijd aan. Tweejaarlijks wordt een borstvoedingssymposium georganiseerd. In november 2016 zal de derde editie plaatsvinden.

Voor het jaar 2016 stellen zich nieuwe uitdagingen. Een eerste project is het uitschrijven van een overkoepelend zuigelingenvoedingsbeleid volgens de vuistregels van de WHO en Unicef. Ook de internationale gedragscode voor het op de markt brengen van moedermelk-vervangende producten zal worden gerespecteerd en geïntegreerd binnen dit beleid. Een proefaudit voor het BFHI (Baby Friendly Hospital Initiative) label voor de campus Brugge staat eveneens op de agenda en zal het nodige voorbereidend werk vragen. Gelukkig kan er worden gesteund op de grote inzet van alle medewerkers, vanuit de overtuiging dat er met al deze initiatieven wordt samengewerkt aan een hoogstaande, wetenschappelijk onderbouwde en kwaliteitsvolle zorg voor moeder en kind.

GEDREVEN (HOOFD)VROEDVROUWEN EN CAMPUSOVERSCHRIJDEND BELEID

Iedere campus heeft zijn historiek, specificiteit en sterktes. Sinds enkele jaren wordt werk gemaakt van een campusoverschrijdend beleid. Hierin proberen we te leren van elkaars sterktes en de deskundigheid en expertise te versterken. De hoofdvroedvrouwen nemen deel aan dit overleg en dragen het beleid verder uit naar de diensten. Onderwerpen als vroedkundig dossier, ontslagbrief, keuze van babyverzorgingsproducten, het opbouwen van een database, opmaak van procedures en zorgpaden… stonden op de agenda. Vormingsdagen voor de vroedvrouwen worden overkoepelend georganiseerd.

Het bundelen van de expertise gaat verder. In het najaar 2015 nam het AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV het initiatief om samen met diverse andere ziekenhuizen en eerstelijnspartners uit de regio een transmuraal zorgpad vorm te geven in het kader van de verkorte ligduur bij vaginale bevalling. Dit kan de zorg voor moeder en kind zowel in het ziekenhuis als thuis alleen maar ten goede komen. Iedere pasgeborene verdient maximale kansen op een goede start.