Het AZ Sint‑Jan Brugge‑Oostende AV wil in de toekomst haar tertiaire rol verder uitbouwen in samenwerking met onze regionale partners. En dit in een klimaat van vertrouwen, wederzijds respect en taakafspraken die rekening houden met de wensen en noden van elke partner. Bovendien geënt op een logisch opgebouwd regionaal gebied zodat de patiënt in eigen streek de best mogelijke zorg aangeboden krijgt en slechts in bijzondere situaties die regio moet verlaten. Dat is geen eenvoudige oefening rekening houdend met de historiek, eigenheid en ambities van elke partner. Toch is de tijd rijp om dat alles te overschrijden en samen te bouwen aan een nog beter zorglandschap waar de patiënt in de eerste plaats centraal moet staan.

In het jaar 2015 werden al belangrijke stappen genomen om die regionale netwerking meer vorm te geven. Met mijn dank aan alle collega’s van de andere ziekenhuizen die met ons samenwerken en nadenken in een klimaat van opbouwend vertrouwen en de wil tonen om mee te denken aan een langetermijnvisie. Het uitbouwen en concretiseren van deze samenwerkingsverbanden is de grote uitdaging voor 2016 en verder.

Ook de overheid stimuleert meer en meer samenwerkingen die niet alleen de muren van de ziekenhuizen overschrijden maar ook transdisciplinair het zorglandschap doorkruisen en vooral de patiënt, of liever het ziektebeeld waarmee een patiënt geconfronteerd wordt, centraal stellen. Dit lijkt me een positieve evolutie waar ook AZ Sint-Jan zich graag voor wil engageren.

Patiënt- of ziektebeeldgestuurde zorg en netwerking zullen de manier waarop we vandaag werken grondig bijsturen. Om dit alles te kunnen waarmaken, zal ook de regelgeving en financiering van de gezondheidszorg en de ziekenhuizen in het bijzonder mee moeten evolueren. Dat wordt een belangrijke uitdaging en een belangrijke kritische succesfactor voor het welslagen van het nieuwe ideeëngoed rond de zorg.

De toenemende budgettaire beperkingen en de maatschappelijke druk om zorg meer en meer te rationaliseren en te evalueren maakt de uitdaging des te groter. Het leveren van zorgefficiëntie en -effectiviteit en het aantonen van outcome moeten geplaatst worden in een context van respect voor artsen en medewerkers die deze zorg moeten waarmaken. Hierbij mag de aandacht voor onze medewerkers niet verloren gaan. Zij moeten kunnen werken in een klimaat van vertrouwen en respect voor de inspanningen die zij leveren voor de patiënt en bij extensie voor onze zorgmaatschappij. Zorg op mensenmaat kan enkel wanneer we voldoende tijd en middelen voorzien voor hen die deze zorg moeten leveren. Dat laatste dreigt verloren te gaan in de toenemende economisering en rationalisering van het zorgproces. Daarom blijf ik pleiten voor zorg voor onze (zorg)medewerker. Wanneer we dat uit het oog verliezen, zal er op termijn ook geen zorg voor onze patiënt meer zijn.