Samenwerking van 6 ziekenhuizen met de extramurale zorgverleners.

SAMENWERKING TUSSEN 6 ZIEKENHUIZEN – 7 MATERNITEITEN EN EERSTE LIJN

Zes ziekenhuizen in West- en Oost-Vlaanderen bundelen hun expertise en krachten en starten samen met de eerste lijnzorg een project om de zorg na de bevalling te optimaliseren en zo te anticiperen op de verkorte ligdag na de bevalling. De focus van het project ‘Moederzorg’ ligt op het realiseren van kwaliteitsvolle en veilige zorg, waarbij moeder en baby bij normaal verloop het ziekenhuis verlaten 72 uur na de bevalling.

Initiatiefneemster dr. Anne Loccufier, diensthoofd verloskunde van het AZ Sint-Jan Brugge onderzocht de haalbaarheid van een samenwerkingsproject met de extramurale zorgverleners uit de regio Brugge. AZ Sint-Lucas Brugge, AZ Damiaan Oostende, AZ Sint-Rembert Torhout, AZ Alma Eeklo en AZ Sint-Augustinus Veurne deelden de wens om een beter gestructureerde zorg aan te bieden voor de regio. Een werkgroep werd samengesteld om het project verder uit te werken en bestaat uit een afvaardiging van gynaecologen en pediaters, diensthoofden moeder & kind en/ of zorgmanagers en de hoofdvroedvrouwen van de zes ziekenhuizen. Om de doelstellingen van het project te kunnen bereiken, is het belangrijk om goede werkafspraken te maken. Hierbij werden zowel intramurale als extramurale partners betrokken. De intramurale zorgverleners binnen het zorgpad zijn gynaecologen, pediaters, hoofdvroedvrouwen, vroedvrouwen (pre-, per- en postnataal), sociale dienst, kinesisten, psychologen en andere paramedici in functie van specifieke trajecten. De extramurale partners binnen het samenwerkingsinitiatief zijn de huisartsen, zelfstandige vroedvrouwen, Kind & Gezin, het Expertisecentrum, kinesisten en Kraamhulp.

Door een korter verblijf in het ziekenhuis na de bevalling is er nood aan een verschuiving van educatie van de postnatale periode naar de prenatale fase. Het doel is een naadloze overgang naar de thuissituatie te garanderen. Tijdens de zwangerschap wordt een zorgplan opgemaakt waarbij de toekomstige ouders zelf afspraken maken met zorgverleners, die de zorg voor moeder en baby thuis zullen opnemen.

Dit regionaal project mikt op een pak voordelen tijdens de postnatale periode met een geslaagde borstvoeding, snellere zelfstandige babyzorg, betere algemene zelfzorgkennis, een hogere tevredenheid voor het gezin, een optimale begeleiding en ondersteuning van het kwetsbare gezin. Daarnaast zal dit regionaal project zorgen voor een zorg op maat van het gezin, waarbij een vruchtbare samenwerking en communicatie tussen alle zorgverleners noodzakelijk is. Moeders die een langere verblijfsduur hebben, zijn eveneens gebaat bij een goed georganiseerde zorg. Bij elk ontslag, ongeacht de duur van het ziekenhuisverblijf, is de continuïteit van de informatie en verderzetting van de zorg extramuraal van cruciaal belang om heropnames zoveel mogelijk te vermijden.

Binnen het project werd vastgelegd dat de prenatale zorgcoördinator de gynaecoloog is van het ziekenhuis waar de bevalling zal plaatsvinden. Bij dit prenataal traject zal het risicoprofiel van de zwangerschap bepaald worden en de zwangerschap opgevolgd worden door de gynaecoloog en uitgebreid worden met een prenatale educatie door de vroedvrouw. Elke patiënte wordt geïnformeerd over de mogelijkheden tot postnatale zorg na het ziekenhuisverblijf en wordt gestimuleerd de nodige contacten te leggen met de extramurale postnatale zorgverleners zoals de vroedvrouw, de huisarts en de diensten voor kraamzorg. Hierbij staat de vrije keuze van de patiënt centraal.

De postnatale zelfstandige vroedvrouw, die door de patiënten werd gekozen, neemt de functie van postnatale zorgcoördinator op zich. De zwangere wordt verzocht tegen de 36ste zwangerschapsweek het ziekenhuis op de hoogte te brengen van haar keuzes inzake postnatale zorgverleners.

De voordelen voor moeder en kind zijn talrijk. De patiënt is partner in het zorgtraject en kan tijdig bewuste keuzes maken. Er is een gestructureerde ondersteuning van de kraamtijd intra- en extramuraal door een multidisciplinair team. Er kunnen specifieke noden en risico’s tijdig gedetecteerd worden. De informatiedoorstroming tussen de verschillende partners/actoren komt de patiënt ten goede. Er wordt proactief informatie gegeven over de postnatale kraamzorg/kraamhulp, alsook maximale ondersteuning van het gezin bij het vinden van een nieuw evenwicht.
 

VOORDELEN VERKORTE LIGDUUR IN HET ZIEKENHUIS

1/ De mogelijkheid voor alle leden van het gezin om samen te blijven en in hun eigen tempo kennis te maken met de nieuwe baby, zodat de onderlinge band wordt versterkt.

2/ De mogelijkheid voor moeders om te rusten in hun vertrouwde omgeving zonder te worden gestoord door ziekenhuisroutines.

3/ Empowerment, zelfzorg en een groter zelfvertrouwen bij de moeder in haar eigen kunnen om te zorgen voor haar baby.
 

Dit project heeft veel voordelen, maar is pas geslaagd als er een goede samenwerking en communicatie bestaat tussen de eerste en tweede lijn. Hiervoor werden in september 2016 de gemeenschappelijke documenten (infobrochures, zorgpaden, ontslagdocumenten) door de diverse ziekenhuizen in gebruik genomen. Deze identieke manier van werken zorgt voor meer éénduidigheid.

Om zoveel mogelijk het project bekend te maken en te implementeren, werd het project moederzorg voorgesteld op de vormingsavond voor de huisartsen van enkele regio’s.

Daarnaast krijgen zelfstandige vroedvrouwen de kans om stage te lopen binnen de ziekenhuizen om zo bepaalde expertise te verfijnen. De vormingen van de diverse ziekenhuizen worden opengesteld voor extramurale partners en worden gepubliceerd op de website moederzorg.

Meer informatie zullen het (aanstaande) gezin en de betrokken zorgverleners vinden op de website www.moederzorg.be (prenataal deel ‘ik word mama’ en postnataal deel ‘ik ben mama’).

Het project heeft echter nood aan een platform dat de communicatie tussen de verschillende zorgverleners en hun respectievelijke elektronische systemen faciliteert en uitwisseling van gegevens toelaat (centraal patiëntendossier van de ziekenhuizen, software pakket van de zelfstandige vroedvrouwen, diverse systemen in gebruik bij de huisartsen). Het is niet de bedoeling dat projecten zelf elektronische patiëntendossiers ontwikkelen maar gebruikmaken van de in het kader van e-gezondheid beschikbare diensten. Kind en Gezin heeft momenteel het voortouw genomen om een elektronisch moeder-kind dossier te realiseren. Het project Moederzorg neemt deel aan de overlegmomenten met alle stakeholders met de bedoeling zo snel mogelijk te kunnen overgaan naar een elektronische registratie en communicatie.