De verhuis naar een nieuwe locatie bleek op de dienst geriatrie de kans bij uitstek om ook de samenstelling van de teams, de uitstraling van de dienst en de voormalige aanpak en werkwijze volledig te herzien. Uit de multidisciplinaire werkgroep dementie kwamen tal van waardevolle ideeën en initiatieven naar voor, waarvan er intussen al verschillende uitgevoerd zijn.

REORGANISATIE

Begin 2015 ging de verbouwing van de dienst geriatrie gepaard met een ingrijpende reorganisatie. De toenmalige verpleegeenheden 205, 215 en 225 vonden een plaats in het nieuw opgerichte Q-blok. Q1 (het huidige G2) biedt plaats aan 36 ouderen. Een deel van de afdeling is afgesloten en bestaat uit 19 bedden voor patiënten met dementie. In het kader van de herinrichting kreeg wie verhuisde zelf de keuze om voortaan veeleer met ouderen met dementie of in acute geriatrie te werken.

WERKGROEP DEMENTIE

De nieuwe samenstelling van de teams gaf een nieuw elan aan de werking op de dienst. Dit bleek de ideale gelegenheid om ook de aanpak van ouderen met dementie en de opvang van hun naasten grondig in vraag te stellen: de multidisciplinaire werkgroep dementie zag in september 2015 het licht! Onder impuls van de hoofdverpleegkundige, Sophie Vermeulen, en twee artsen, dr. Yerma Coppens en dr. Greet Lambert, zetten de medewerkers van G2, zowel artsen als verpleegkundigen, ergotherapeuten, kinesitherapeuten, psychologen, ... hier hun schouders onder.

WELBEVINDEN BEJAARDEN

Zorg voor mensen met dementie stelt specifieke eisen aan de zorgverleners. De doelstelling van de werkgroep bestond er dan ook in de inrichting van de afdeling, de zorgverlening, de omgang met familie en mantelzorgers en zo meer, beter af te stemmen op de specificiteit van de doelgroep. De hoofdvraag? Op welke aspecten kunnen we ingrijpen om het welbevinden van ouderen met dementie te verhogen? Een uitdagend onderwerp.

TABULA RASA

Heel gedreven ging de werkgroep van start en het initiatief bleek een kweekbodem van creatief talent, vanuit oprechte bekommernis. Vanuit een ‘tabula rasa’-aanpak werden de traditionele ideeën overboord gegooid en kwamen er heel wat uiteenlopende vragen en de wildste ideeën naar voor.

  • Kunnen we de voeding op een andere manier bekijken en toedienen? Krijgen patiënten hun maaltijd op de juiste momenten? Zou fingerfood voorzien een goed idee zijn?
  • Kunnen we een zithoek maken op de afdeling? Waar op de afdeling kunnen we rustpunten voor de patiënten creëren?
  • Is er nood aan meer contact tussen de familie van patiënten en de psycholoog? Hoe en wanneer organiseren we zulke gesprekken? Hoe toetsen we de draaglast bij de mantelzorgers af?
  • Is er nood aan een nieuwe informatiebrochure?
  • Welke elementen passen er in onze budgetten?

Een aantal thema’s werden weerhouden:

  • Basiszorg: hoe willen we de patiënt achterlaten na de zorgverlening?
  • Een patiëntvriendelijke inrichting van de afdeling.
  • De communicatie met de familie.
  • Omgaan met moeilijk hanteerbaar gedrag.

BASISZORG

Ouderen met dementie kunnen een aantal zaken niet meer voor zichzelf beslissen en dienen hierin ondersteund te worden: basiszaken zoals hun uiterlijk, mondzorg, hun positie, ... De zorgverleners op campus Sint-Jan willen daar de nodige aandacht aan besteden en deze basiszorgen op een goede manier verlenen. Het team stelde zich de vraag wat er verstaan mag worden onder basiszorg en wat daarbinnen de aandachtspunten behoren te zijn. Evaluatie en bijsturing gebeurt door de hoofdverpleegkundige aan de hand van de punten die hieruit weerhouden werden.

INRICHTING VAN DE AFDELING

Hierin speelden een ergotherapeute en een kinesiste een grote rol. Zij bezonnen zich over aspecten van de inrichting die van belang zijn voor patiënten met dementie. Dit zijn doorgaans rusteloze patiënten: ze lopen vaak rond, staren door het raam of gaan gefrustreerd voor een deur staan omdat ze naar buiten willen. Om dit te vermijden, is het belangrijk de nodige rustpunten op de afdeling te creëren. Vanaf midden 2017 kunnen ze tot rust komen in twee uitnodigende zithoeken, ingericht met comfortabele stoelen, een rustgevende poster en aquariumbeelden.

COMMUNICATIE MET NAASTEN

Aanschouwen hoe een ouder of grootouder langzaamaan dementeert, is voor de familie vaak een zware beproeving. Voorheen vond psychologische ondersteuning van familie en naasten van een persoon met dementie doorgaans plaats op vraag van henzelf. Aan de hand van een evaluatielijst die voorzien werd door de psycholoog, kunnen de medewerkers voortaan zelf de draagkracht van de mantelzorgers checken. De psycholoog voorziet specifieke gespreksmomenten die verpleegkundigen of andere zorgverleners van de afdeling kunnen invullen ten behoeve van familieleden die daar volgens hen nood aan hebben. Zo gebeurt de opvang van mensen die daar behoefte aan hebben veel systematischer.

OMGAAN MET MOEILIJK HANTEERBAAR GEDRAG

Vroeger werden patiënten met moeilijk hanteerbaar gedrag al sneller vanuit een bepaalde traditie gefixeerd. Vanuit de werkgroep werd dit thema omgevormd tot een kwaliteitsfactor, waar bewuster mee omgegaan wordt. De psycholoog voorzag een opleiding in omgaan met moeilijk hanteerbaar gedrag en er werden lessenreeksen ingericht omtrent veilig en correct fixeren. Verpleegkundigen en andere zorgverleners stellen zich eerst de vraag of fixatie vereist is en, zo ja, welk soort fixatie het meest in aanmerking komt. Dit is ook een aandachtspunt tijdens overdrachtsmomenten en teambesprekingen. Dat leidt tot veel minder fixatie en bijgevolg vaker dwalende patiënten. Dat maakt de werksituatie er niet altijd eenvoudiger op, maar, zeker in periodes van meer moeilijk hanteerbaar gedrag, ook aan de opvang van personeelsleden wordt de nodige aandacht besteed. Daarin speelt de preventieadviseur een belangrijke rol.

De nieuwe aanpak en de wijzigingen die vandaag al zijn doorgevoerd, zorgen voor een voelbaar andere sfeer op de dienst. Het huidige medewerkersteam, dat er zelf bewust voor gekozen heeft om met deze patiëntengroep te werken, put duidelijk plezier uit het werk. Met dank aan de werkgroep dementie!